Bij vloerverwarming infrezen is het belangrijk dat de bestaande (dek)vloer voldoende dik en in goede staat is.
Daarnaast moet rekening worden gehouden met stofvorming tijdens het frezen en met de droogtijd van het materiaal waarmee de sleuven worden dichtgesmeerd voordat de vloerafwerking wordt aangebracht en een eventuele egaline laag na het dichtsmeren.
Bij vloerverwarming infrezen worden de buizen direct in de bestaande (dek)vloer aangebracht, waardoor er geen extra opbouwhoogte ontstaat.
Droogbouw vloerverwarming wordt aangelegd in gipsvezelplaten die bovenop de vloer worden geplaatst en waarin de leidingen worden ingefreesd.
Het verschil zit daarmee in de ondergrond en opbouw: infrezen maakt gebruik van de bestaande vloer, terwijl droogbouw een nieuwe vloeropbouw toevoegt met extra opbouwhoogte.
Bij infrezen worden sleuven in de bestaande (dek)vloer gefreesd volgens slakkenhuis- of meanderpatroon.
In deze sleuven worden de buizen gelegd, waarna de sleuven worden dichtgesmeerd.
De vloer kan daarna direct worden voorbereid voor de afwerking.
Infrezen is geschikt in voldoende dikke, stabiele en (dek)vloeren. De vloer moet vlak, scheurvrij en constructief in goede staat zijn.
Vloerverwarming door infrezen is de juiste keuze wanneer er een bestaande (dek)vloer aanwezig is en extra opbouwhoogte niet mogelijk of niet gewenst is.
Het systeem wordt toegepast bij renovaties waarbij de bestaande vloer behouden blijft en deuren, dorpels en aansluitingen niet of nauwelijks mogen veranderen.
Bij droogbouw vloerverwarming is het belangrijk om rekening te houden met de beschikbare opbouwhoogte en de vlakheid van de ondergrond.
De gipsvezelplaten en de vloerafwerking zorgen samen voor extra opbouw, die moet passen bij deuren, dorpels en aansluitingen.
Daarnaast moet de ondergrond voldoende vlak en draagkrachtig zijn, zodat de platen correct kunnen worden aangebracht.
Droogbouw vloerverwarming is geschikt voor houten vloeren en verdiepingsvloeren.
De ondergrond moet vlak, stabiel en voldoende draagkrachtig zijn om de gipsvezelplaten en de uiteindelijke vloerafwerking te dragen.
Bij droogbouw vloerverwarming worden gipsvezelplaten als vloeropbouw aangebracht. In deze platen worden sleuven gefreesd waarin de buizen worden gelegd.
Daarna worden de sleuven dichtgesmeerd, waarna de vloer direct verder kan worden afgewerkt.
Droogbouw vloerverwarming is de juiste keuze bij renovaties waarbij een natte dekvloer niet wenselijk of niet mogelijk is, bijvoorbeeld op houten vloeren of andere lichte vloerconstructies.
Het systeem is ook geschikt wanneer je extra aandacht wilt geven aan akoestische geluidsisolatie.
Daarnaast is droogbouw een logische keuze wanneer je snel wilt doorbouwen zonder lange droogtijden.
Bij laagbouw vloerverwarming is het belangrijk om vooraf te kijken naar de beschikbare opbouwhoogte, de vlakheid van de ondergrond en de gewenste vloerafwerking.
Ook moet rekening worden gehouden met aansluitingen op deuren, plinten en drempels, omdat zelfs een beperkte opbouw invloed kan hebben.
Ja, laagbouw vloerverwarming is juist ontwikkeld voor bestaande vloeren.
Het systeem kan worden toegepast op verschillende ondergronden, mits deze voldoende vlak en stabiel zijn.
De bestaande vloer blijft behouden en wordt niet ingrijpend aangepast.
Laagbouw vloerverwarming wordt opgebouwd met lage noppenplaten waarop de verwarmingsleidingen worden gelegd en afgewerkt met een egalinelaag. Dit systeem wordt bovenop de bestaande vloer aangebracht en vraagt een beperkte opbouwhoogte.
Droogbouw vloerverwarming wordt ingefreesd in de bestaande vloer, waarna de sleuven worden dichtgesmeerd.
Het verschil zit daarmee in de opbouw en afwerking: laagbouw wordt opgebouwd en geëgaliseerd, droogbouw wordt ingefreesd en dichtgezet.
De opbouwhoogte van laagbouw vloerverwarming is beperkt en afhankelijk van het systeem. In veel gevallen ligt de totale opbouw tussen ongeveer 15 en 30 millimeter.
Hierdoor blijft de impact op dorpels, deuren en bestaande vloerhoogtes minimaal.
Laagbouw vloerverwarming is de juiste keuze wanneer er weinig beschikbare opbouwhoogte is, bijvoorbeeld bij renovaties of bestaande woningen.
Dit systeem wordt toegepast wanneer een standaard vloeropbouw met isolatie en dekvloer te hoog zou uitkomen en de bestaande vloer zoveel mogelijk behouden moet blijven.
Bij vloerverwarming op draadstaalmat is het belangrijk om vooraf de vloeropbouw, isolatie en leidingverloop goed te bepalen.
Daarnaast moet rekening worden gehouden met het storten en uitharden van de beton- of dekvloer voordat de vloer verder kan worden afgewerkt.
Vloerverwarming op draadstaalmatten zelf zorgen niet voor isolatie. Isolatie wordt altijd afzonderlijk in de vloeropbouw aangebracht, bijvoorbeeld onder de vloer.
De isolatiewaarde van de vloer hangt dus af van de gekozen constructie en niet van de draadstaalmat.
Het verschil tussen draadstaalmat en tackerplaat zit vooral in de situatie waarin ze worden toegepast.
Draadstaalmat wordt gebruikt zonder geïntegreerde isolatie. Daarnaast kan de de vloer hechtend aangebracht worden, waardoor er minder opbouwhoogte nodig is en kunnen ook oneffen ondergronden worden opgevangen.
Tackerplaten worden toegepast in zwevende vloeropbouwen met geïntegreerde isolatie, vragen een vlakke ondergrond en hebben door meer opbouwhoogte.
Beide systemen houden de buizen op hun plaats, maar passen bij een ander type vloeropbouw.
Bij vloerverwarming op draadstaalmat worden de verwarmingsleidingen vastgezet op de stalen matten met binddraad.
Hierdoor blijven de buizen stabiel liggen tijdens het storten van de beton- of dekvloer
Vloerverwarming op draadstaalmat is een goede keuze wanneer de vloerverwarming wordt opgenomen in een beton- of dekvloer en de ondergrond niet volledig vlak is.
Doordat de beton- of dekvloer door en rondom de draadstaalmatten kan vloeien, kunnen oneffenheden in de ondergrond worden opgevuld terwijl de buizen volledig in de vloer worden opgenomen.
Dit maakt dit systeem geschikt voor nieuwbouw, aanbouw en renovaties.
Bij het toepassen van tackerplaten is het belangrijk om de gewenste isolatiedikte vooraf te bepalen en voldoende opbouwhoogte beschikbaar te hebben.
Daarnaast moet rekening worden gehouden met de droogtijd van de dekvloer voordat de vloerafwerking kan worden aangebracht.
Bij tackerplaten worden de verwarmingsbuizen met tackernagels vastgezet op de isolatieplaat. Hierdoor kan het leidingverloop per ruimte worden aangepast, wat handig is bij ruimtes met veel obstakels.
Dit maakt tackerplaten geschikt voor complexere indelingen.
Bij tackerplaten moet rekening worden gehouden met een volledige vloeropbouw. Inclusief isolatieplaat, verwarmingsleidingen en dekvloer is doorgaans ongeveer 60 tot 70 millimeter opbouwhoogte nodig.
De exacte hoogte hangt af van de dikte van de tackerplaat.
Vloerverwarming op tackerplaten is een goede keuze wanneer er een nieuwe vloeropbouw met dekvloer wordt gemaakt en isolatie direct in het systeem moet worden opgenomen.
Het systeem is daarnaast zeer geschikt voor een zwevende dekvloer, bijvoorbeeld in combinatie met anhydriet.
De leidingen worden stevig vastgezet in de isolatieplaat, waardoor ze goed op hun plaats blijven en het risico op opdrijven tijdens het storten van de dekvloer wordt voorkomen.
Bij het toepassen van noppenplaten is het belangrijk om vooraf de beschikbare opbouwhoogte en de aanwezigheid van isolatie te bepalen.
Daarnaast moet rekening worden gehouden met de droogtijd van de dekvloer voordat de vloerafwerking kan worden aangebracht.
Noppenplaten zijn bedoeld om de buizen netjes op hun plaats te houden en zorgen niet automatisch voor isolatie. In veel projecten wordt de ondervloer geïsoleerd, bijvoorbeeld door middel van vloer- of bodemisolatie.
Daarnaast zijn noppenplaten ook verkrijgbaar met geïntegreerde isolatie.
Of extra isolatie nodig is, hangt af van de gekozen vloeropbouw en het aanwezige isolatieniveau.
In de basis doen noppenplaten en tackerplaten hetzelfde: ze zorgen ervoor dat de verwarmingsleidingen op hun plek blijven voordat de dekvloer wordt gestort. Het verschil zit vooral in de uitvoering.
Bij noppenplaten worden de buizen vastgeklikt in een vast patroon, wat zorgt voor een snelle en overzichtelijke installatie.
Bij tackerplaten worden de buizen vastgezet met nieten in een isolatieplaat, wat meer vrijheid geeft in het leidingverloop en standaard isolatie toevoegt aan de vloeropbouw.
Voor vloerverwarming op noppenplaten moet rekening worden gehouden met een volledige vloeropbouw.
Inclusief noppenplaat, vloerverwarmingsbuizen en dekvloer is doorgaans ongeveer 60 tot 70 millimeter opbouwhoogte nodig.
Vloerverwarming op noppenplaten is de juiste keuze wanneer er een nieuwe vloeropbouw met dekvloer wordt gemaakt.
Dit systeem wordt daarom vooral toegepast bij nieuwbouw en bij renovaties waarbij de bestaande vloer volledig wordt vervangen.
Het systeem is geschikt als er voldoende opbouwhoogte beschikbaar is.
Voor een gerichte beoordeling zijn deze gegevens nodig: type woning (nieuwbouw of renovatie), type vloer (bestaande dekvloer of nieuwe opbouw), beschikbare opbouwhoogte, gewenste vloerafwerking en de warmtebron (warmtepomp, cv-ketel, etc.). Met deze informatie kan snel worden bepaald welk systeem technisch past en wat er nodig is voor uitvoering.
Ja. Vloerverwarming kan worden aangesloten op zowel een warmtepomp als een cv-ketel. Het systeem is bij uitstek geschikt voor lage temperatuurverwarming, wat goed aansluit bij warmtepompen. Ook met een cv-ketel werkt vloerverwarming, zolang de installatie goed is afgestemd en ingeregeld.
Veelgebruikte vloerafwerkingen bij vloerverwarming zijn tegels, PVC, gietvloeren, laminaat en parket. Belangrijk is dat de vloerafwerking geschikt is voor vloerverwarming en dat de totale opbouw (inclusief ondervloer) de warmte goed kan doorlaten.
De benodigde opbouwhoogte hangt af van het systeem. Infrezen vraagt vrijwel geen extra opbouwhoogte omdat de buizen in de bestaande vloer komen. Laagbouw- en droogbouw vloerverwarming heeft meestal een lage opbouw van ongeveer 20 tot 35 millimeter. Natbouw vloerverwarming met dekvloer vragen doorgaans ongeveer 50 tot 70 millimeter totale opbouw, afhankelijk van vloeropbouw en afwerking.
Er zijn drie praktische keuzes. Infrezen kies je wanneer er een bestaande dekvloer ligt en je nauwelijks extra opbouwhoogte wilt. Droogbouw kies je wanneer je een lage opbouw wilt zonder natte dekvloer. Natbouwsystemen (zoals noppenplaat, tackerplaat of draadstaalmat) kies je wanneer je een nieuwe vloeropbouw met dekvloer maakt, bijvoorbeeld bij nieuwbouw of volledige renovatie.
NINETY SIX Installatietechniek
Achterweg 60
1822 AM Alkmaar
KVK 98045695
BTW NL868337195B01
IBAN NL38 RABO 0149 7706 69
Voor vragen of aanvullende informatie kan je contact met ons opnemen via onderstaande gegevens: